Verbinding opnieuw gezocht en verbonden

Het diaconale werk wordt vaak (terecht) geassocieerd en getypeerd met woorden als barmhartigheid, gerechtigheid en wederkerigheid. Verbinding is daarbij een vergeten woord, maar is wel bepalend voor het diaconaat zoals het nu plaatsvindt.

Het gaat om verbinden van mensen onderling, verbinden van kerk en samenleving, kerken en diaconieën, hulpvrager en hulpverlener, tussen mensen die het goed hebben en mensen voor wie de zon niet altijd schijnt.

In dit artikel wordt stil gestaan bij 3 diaconale verbinding te weten:
– Herstelwerkzaamheden verbinding tussen kerk en samenleving.
– Onderlinge verbinding tussen kerken en diaconieën.
– Opnieuw verbinding met een vergeten groep.

Herstelwerkzaamheden van de verbinding tussen kerk en samenleving.

In 1965 werd door de toenmalige minister van maatschappelijk werk Marga Klompé de Algemene Bijstandswet ingevoerd. Voor haar was dat een radicale verandering van ‘genade naar recht’ voor mensen die niet zelf hun geen inkomen konden verdienen en niet in levensonderhoud konden voorzien. De bijstand zou die mensen waardig en rechtvaardig behandelen. De bijstand moest genoeg zijn voor ‘een bloemetje’ op tafel. Tot die tijd was de ‘armenzorg’, het maatschappelijk werk, de gezinsverzorging e.d. onder andere een taak van de kerk.

De uitspraak van ‘genade naar recht’ kwam niet zo maar uit de lucht vallen. Armenzorg was niet altijd fijntjes. Zo kregen mensen in de late middeleeuwen een broodmunt van de kerk waarmee ze het dagelijks brood konden kopen. Wel werd die broodmunt verstrekt na afloop van een kerkdienst en moest je om in je dagelijks brood te voorzien ‘verplicht’ naar de kerk. Ook waren er armenhuizen waar mensen konden wonen die geen dak boven hun hoofd hadden. Het gebeurde niet allemaal in stilte. Privacy was toen nog een onbekend begrip. Anno 2022 gaat het toch wat anders te werk. Als mensen niet meer in hen basisbehoeften kunnen voorzien verleent de Diaconie stille hulp. Het is hulp die niet opvalt en die mensen geen etiket opplakt.

Na 1965 kwam er meer sociale wetgeving en werd de verzorgingsstaat verder opgebouwd. De diaconieen stonden wat argwanend tegenover deze ontwikkelingen. Er ontstond enige verlegenheid over haar taak. Kerken en diaconieen zijn zich toen meer gaan richten op wereldwijde hulp, het werelddiaconaat.

Het is als met een pendule van een klok die heen en weer gaat en vaak weer op de plek komt waar hij eerst is geweest. Dat geldt ook voor de nieuwe rol van de kerk in de samenleving. Geen nieuws onder de zon. In de troonrede van september 2013 kondigde de Koning de participatiesamenleving af. Dit sluit aan bij een samenleving waarin mensen zelfstandiger en mondiger zijn dan vroeger. Een klassieke verzorgingsstaat past hier niet meer bij. Verder werd de participatiesamenleving ingegeven door de oplopende kosten van de verzorgingsstaat en was de participatiesamenleving een opmaat voor bezuinigingen. Op zich is er niets mis mee dat mensen voor zichzelf kunnen zorgen of voor anderen willen zorgen. Het moest opnieuw geleerd worden. Ook door de Diaconie.

Door de bezuinigingen in de sociale zekerheid is de kerk voor de ‘armenzorg’ opnieuw in beeld gekomen. De afgelopen jaren is er in toenemende mate een beroep gedaan op de (financiële) middelen van kerk voor mensen die niet meer in hun dagelijkse levensbehoeften kunnen voorzien. De kerk is weer een speler in het sociaal domein.

Wel bestaat dan de valkuil dat de Diaconie een vangnet wordt voor de bezuinigingen van de overheid. Een aantal taken wordt impliciet bij de Diaconie terug gelegd. Daar is niets mis mee, maar het mag geen vanzelfsprekendheid worden. De overheid is en blijft de eerst verantwoordelijke voor haar burgers.  

Onderlinge verbinding tussen kerken en diaconieën.

Het elkaar  eerst  was bij kerken niet altijd logische stap. Over het algemeen is men een zelfkazende boer. Door bepaalde gebeurtenissen worden kerken ‘gedwongen’ tot samenwerking. Hierbij valt in Zwolle te denken aan het referendum over de gokhallen in 2005 en recenter de noodopvang van Syrische vluchtelingen in de IJsselhallen en de opvang van gevluchte Oekraïners. Deze gebeurtenissen werken als een katalysator voor meer samenwerking.

Deze samenwerking heeft vorm gekregen in het Diaconaal Platform Zwolle.

De geschiedenis hiervan begint in 2005 toen in Zwolle het voornemen was om een gokhal te bouwen ter financiering van het nieuwe voetbalstadion. De omvang van een dergelijke voorziening paste niet bij de stad Zwolle en gaf veel onrust in de stad. Aangezien de Diaconie te maken heeft met de financiële gevolgen van gokverslaving heeft zij een brief haar bezorgdheid hierover uitgesproken. Dit resulteerde in publiciteit. Er ontstond in de stad zo een beweging van kerken die zich richtte tegen de onverantwoorde uitbreiding van de gokhallen. Een referendum werd mogelijk en uiteindelijk is de gokhal er niet gekomen.

De samenwerking smaakte zo goed dat gezamenlijke diaconieen verder zijn gaan kijken waar zij van betekenis kon zijn voor Zwolle en haar burgers. Er is o.a. het initiatief genomen voor de Voedselbank.

De samenwerking had echter nog geen organisatievorm. Deze is in 2007 tot stand gekomen met de vorming van het Diaconaal Platform Zwolle waar inmiddels 27 diaconieen bij zijn aangesloten. Na een wat aarzelend begin is het Platform naar meer volwassenheid gegroeid.

Gezamenlijke activiteiten zijn onder meer de organisatie van vakanties voor minima, opvang van dak- en thuislozen in de Bres in de wintermaanden, een leerhuis over diaconaat en zoals eerder genoemd de opvang van Oekraïners. Het is goed om te zien dat vrijwilligers van verschillende kerken niet op hun eigens ‘stoel’ blijven zitten, maar andere kerken helpen als die voor activiteiten onvoldoende vrijwilligers hebben. Met name de diaconieen zijn er achter gekomen dat grensoverschrijdende vormen van kerk-zijn niet alleen efficiënt, inspirerend en stimulerend is, maar met name het belang van de ander dient. Niet je eigen kerk-zijn is leidend, maar het welzijn van de naaste. Dat geeft verbinding over kerkmuren heen. Als je als Diaconie de nood en het verdriet van de wereld merkt en voelt dan zijn kerkgrenzen relatief en maar door mensen gemaakt.

De laatste ontwikkelingen. Het Diaconaal Platform stimuleert en faciliteert kerken om op wijk- en buurtniveau samen te werken en van betekenis te zijn voor je naaste dichtbij. Men is bereid om over de eigen schaduw heen te springen en de koudwatervrees achter zich te laten. Als je als kerk werkelijk van betekenis wilt zijn, is het goed de samenwerking te zoeken. Door de kerkverlating en de secularisatie zijn we er achter gekomen dat de zelfkazende boer is uitgewerkt en geen toekomst meer heeft. Zo kan secularisatie en kerkverlating zelfs een zegen zijn.

Opnieuw verbinding met een vergeten groep.

Kerken lijken over het algemeen demografisch divers te zijn. Oud en jong zitten onder één kerkdak, maar dan houdt de diversiteit wel ook zo’n beetje op. Economische diversiteit kom je vrijwel niet tegen. Als je de gemiddelde parkeerplaats van een kerk op een zondagmorgen  beziet dan is er weinig voorstellingsvermogen voor nodig dat die diversiteit niet bestaat. Mensen die hun leven als mislukt zien en/of niet kunnen aanhaken bij wat de samenleving van hen verlangt, zijn nauwelijks onderdeel van de kerkelijke gemeenschap. Voor hun gevoel zijn ze een restproduct in een samenleving waarin alleen plaats lijkt te zijn voor mensen die financieel en economisch geslaagd zijn.

Er wordt wat vreemd tegen hen aangekeken. Het gaat om paradijkvogels die er wat anders uitzien, wat anders doen, anders ruiken of een andere vocabulaire of ander taalgebruik hebben. Van dat laatste een anekdote waarin aan de kerk een prangende en  ongemakkelijke vraag wordt gesteld. Het komt uit een open brief getiteld ‘Kijk naar Christus en zoek mensen in de marge op’.

Het gaat over een pionier die met zijn gezin in Haagse aandachtswijk is gaan wonen en over een nieuwe geloofsgemeenschap aldaar. Een student vroeg wat nu precies het verschil is tussen een ‘gemiddelde kerk’ en zijn geloofsgemeenschap in een Haagse aandachtswijk. De pionier vertelt: ‘Tijdens één van onze vieringen op de late zondagochtend, nadat we samen hadden gebruncht, stond het verhaal van de wijngaard van Nabot uit 1 Koningen 21 centraal. In dit Bijbelverhaal zorgt koningin Izébel ervoor dat haar man, koning Achab, de wijngaard van Nabot met geweld in bezit krijgt. Een vrouw voor wie dit verhaal helemaal nieuw was, begon zich steeds meer op te winden en kon haar woede niet meer inhouden. ‘Wat een kutwijf’, riep ze uit.’

Hij zei vervolgens dat zo’n uitroep vermoedelijk niet zo vaak te horen is tijdens een preek in een ‘gemiddelde’ kerk. Scherper had hij het contrast nauwelijks kunnen schetsen.

Hoe toegankelijk is de gemiddelde kerk voor mensen uit de marge van de samenleving?

Het lijkt me goed om deze vraag tot ons te laten doordringen. Wellicht moeten we een andere rol aannemen. Minder de hulpverlener willen zijn, maar hulpvrager door te luisteren naar hun verhaal en te weten komen wat zij nodig hebben.

Tot slot.

Binnen het diaconaat hoor je nog wel eens dat het wel wat horizontaal is. Is het niet te veel maatschappelijk werk of de linkse kerk. Het gaat om het volgen van Jezus die juist mensen in de marge opzocht en de gebutste mens met een verloren leven niet langs de weg liet liggen. Het gaat om het houden van mensen als een schepsel van God. Ook als deze mensen hun schaduw- of duistere kant laten zien. We moeten allemaal leven van dezelfde genade. Voorlopig nog genoeg kerk aan de winkel.

Wim van Ree, diaconaal consulent.   

Meer nieuws

Diaconale bibliotheek

Boek: Ik ga naar papa!

Auteur: Martine Delfos. Uitgeverij: SWP (2009). Elvira heeft haar vader al lang niet meer gezien; dan vertelt mama dat hij in de gevangenis zit. Hij wil Elvira graag ontmoeten. Voorlezen aan kinderen vanaf ca. 6 jaar om het thema ouders in detentie bespreekbaar te maken.

Armoede

Brochure: Zij wil vooruit

Uitgeverij: Werkgroep Arme kant van NL/ EVA (2009). Over jonge vrouwen met een minimuminkomen

Diaconale bibliotheek

Brochure: Fondsenboek 2020

Uitgeverij: Walburg Pers (2019) Het bevat een overzicht van 1.423 fondsen. De door de overheid beoogde transparantie in de filantropische sector, verplicht Nederlandse vermogensfondsen meer gegevens, waaronder beleidsplannen en financiële informatie, openbaar te maken. De nieuwe editie van FondsenBoek speelt in op deze ontwikkeling. Gegevens die voor u het verschil kunnen maken om uw fondsen-…