Diaconale overdenking bij Mattheüs 17: 1t/m17

Diaconale overdenkingen

Overwegingen bij Mattheüs 17: 1 t/m 17 (de verheerlijking op de berg).

 

In de eerste verzen van dit gedeelte lezen we dat Jezus Zijn gedaante veranderde. Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren wit als licht. Daarbij verschenen Mozes en Elia met wie Hij in gesprek ging. Waarover dit gesprek ging kunnen we alleen maar gissen, maar ik zou daatr wel benieuwd naar zijn. Misschien gaat het ons gewoon niet aan.

Petrus die vaak als eerste reageert wil voor Jezus, Mozes en Elia ieder een tent oprichten. Hiermee wil Petrus als het ware deze situatie conserveren. Als het ware de hemel op aarde brengen. Hij is nog niet uitgesproken of God spreekt Zijn woord over Jezus: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde, luister naar Hem’.

De discipelen gingen op de grond liggen en uit angst verborgen ze hun gezicht. Als ze hun ogen weer open doen zien ze Jezus alleen in Zijn aardse gedaante, zoals ze Hem kennen.

Daarna staat er dat ze de berg afdaalden wat op zich een bijzondere tekst is. Jezus en de drie discipelen bleven niet in hun comfortzone van hemelse heerlijkheid. Ze dalen de berg af, staat er in vers 9 en in vers 14 staat dat ze zich weer bij de mensenmassa voegden.

Van de berg van de verheerlijking naar het leven van alledag met al zijn gedoe. En er is wat gedoe als ze beneden komen. Er is een wanhopige en radeloze man met een maanzieke zoon. De achtergebleven discipelen hebben hem niet kunnen genezen en weten ook niet goed wat ze met de jongen en situatie aan moeten. Maar Jezus daalt de berg af en voegt zich in het midden van dat gedoe. Daarbij noemt hij Zijn discipelen een ongelovig en dwars volk.

 

Jezus daalt af in het leven van alledag en voegt zich tussen de mensen met al hun kleine en grote sores. Jezus wil in het midden van het leven van mensen staan. Als gelovigen vraagt Hij ons hierin om gehoorzaamheid. Om midden in het leven van alledag te staan met het gedoe van iedere dag. Dat we niet blijven hangen in bijzondere ervaringen als een mooie kerkdienst, een inspirerende reis en intensieve gesprekken en ontmoetingen.

Midden in het leven staan, levend naar Zijn toekomst toe en niet aan de kant blijven staan en durven te spreken als onrecht zich aandient.

 

Het brengt je dan wel eens in ongewone situaties. Getroffen werd ik door een artikel van Erik Oevermans in het Nederlands Dagblad van 31 oktober 2025 en de preek van Kees van Ekris bij zijn aantreden als scriba van de Protestantse Kerk in Nederland.

 

Erik Oevermans stelt dat heiligheid zich niet alleen toont in kaarslicht en liturgie, maar ook in vuile handen van de sloper, de baggeraar en de schoonmaker. Sjouwen, uitbenen, zweten, slopen, jakkeren, schrobben………..de wereld van de rouwe arbeid blijft vaak buiten beeld in de theologie. Wat hebben ‘dirty jobs’ en ‘dirty places’ de theologie, de kerk en christenen hen te zeggen. Hij noemt het opvallend dat de industriële zones en de sfeer van de rauwe fysieke arbeid vaak buiten beeld blijven.  De Schepping is ook meer dan bossen, vogels en een zelfoogsttuin.

Hierbij vertelt hij het verhaal van een Pakistaanse vrachtwagenchauffeur die rijdt voor Litouws transportbedrijf. Hij kwam hem tegen bij de Zwitserse grens. Hij droeg een vuile polo waar een half afgebladderd van een pizzafabrikant nog zichtbaar was. Een wijde joggingbroek om zijn heupen en crocs aan zijn blote voeten. Maandelang onderweg, kriskras door Europa. Levend in zijn cabine, alleen en anoniem net als tienduizenden anderen. Rijdend met onze fair trade koffiebonen, met zonnepanelen of plantaardige havermelk.

 

Kees van Ekris vraagt zich bij zijn aantreden af of de kerk niet armer, nederiger, viezer, geduldiger of moederlijker moet worden. Hoe meer de kerk in de smoezeligheid van levens stapt, hoe dichter ze bij haar roeping komt. Hij haalt hierbij aan een foto uit 2013 waarop paus Franciscus op het grote plein in Rome een man kust en omhelst, met tientallen tumoren over zijn gezicht en nek. Daar in die kus voel je dan even de moederlijke ziel van de kerk.

 

Even terug naar Erik Overmans. Ik wil eindigen met het gedicht van de Venezolaanse dichter Ali Lameda die hij in zijn artikel aanhaalt.

 

‘Het leven, in abstractie, in zijn prachtige rijtuig, hoe bekoorlijk

Maar te midden van braaksel en wandaden komt de wereld boven,

Het stroomt, rioolwater en verval……..

Ik doorsta maden, hongers, barbaarse Christussen van pus…..

Ik geef in mijn botten uitleg van deze pech in mij’.

 

Lameda spreekt over de barbaarse Christus, die zichtbaar wordt in de wonden, het pus, het rioolwater en de lichamen die onder de zware arbeid bezwijken. Wie zich hiervan afkeert, mist de verblijfplaats van God. Theologie en kerk die alleen spreekt over schoonheid en harmonie zonder zelf in de schemerzones te verblijven, verliest haar geloofwaardigheid.

 

En Jezus daalde van berg af en voegde zich bij de mensen.

 

Wim van Ree, diaconaal consulent Protestantse Gemeente Zwolle

Meer nieuws

Diaconale bibliotheek

Boek: Bankier voor de armen

De autobiografie van de winnaar van de nobelprijs voor de vrede.

Een Stille Week…

Heel bijzonder: het is de stille week in dit jaar. Maar dan niet alleen als de week voor Pasen. Het is ook een week tijdens de Corona-crisis. We hebben er allemaal mee te maken. Met zorg om een ziek familielid, misschien. Met zorg om familie of vrienden die in de Zorg werken. Met zorg om…